Over taal: De kwestie is is deze

geplaatst in: Geen categorie, over taal | 0
`de dubbele ‘is’

Je hoort het de laatste tijd steeds vaker: de dubbele ‘is’.

Vergelijk de volgende zinnen:

“Wat het verwarrende is, is deze dubbele ‘is’.”
“Maar het lastige is, is dat je soms een dubbele ‘is’ hoort, die er niet hoort.”
“Of wat ook een probleem is, het weglaten van de tweede ‘is.”

Een taalkundige uitleg

De dubbele ‘is’ ontstaat wanneer een bijzin aan een hoofdzin geplakt wordt. Volgens Onze Taal, ook voor mij als neerlandicus een heerlijk betrouwbare bron:
“Hoofdzinnen zijn zelfstandige zinnen, bijzinnen zijn afhankelijke zinnen:
Gijs spreekt perfect Engels. (hoofdzin)
Gijs, die tweetalig opgevoed is, spreekt perfect Engels. (hoofdzin met een bijzin)

Een duidelijk verschil tussen hoofd- en bijzinnen is de woordvolgorde: in hoofdzinnen staat de persoonsvorm meestal op de tweede plaats, in bijzinnen staat de persoonsvorm meestal verder naar achteren.”

In mijn voorbeelden is de persoonsvorm ‘is’ (die verandert mee met het onderwerp, zoals bij “Wat de verwarrende dingen zijn”). Hieronder staan de voorbeelden verbeterd:

“Wat het verwarrende is, is deze dubbele ‘is’.”
“Maar het lastige is dat je soms een dubbele ‘is’ hoort, die er niet hoort.”
“Of wat ook een probleem is, is het weglaten van de tweede ‘is.”

In het eerste en derde voorbeeld begint de zin met het vraagwoord ‘wat’, waardoor het een bijzin wordt. Het is een volledige zin, met een onderwerp (het verwarrende/het probleem) en een persoonsvorm (is) aan het eind.

Het tweede voorbeeld is, zoals ik eerder zei, de constructie waarbij je vaak ten onrechte een dubbele ‘is’ hoort. Daarbij lijkt het alsof begonnen wordt met een bijzin, maar dat is niet zo. “Het lastige is dat…” is het begin van de hoofdzin met een onderwerp (het lastige) en de persoonsvorm (is) op de tweede plaats.

Waar komt het door?

Ik zou het niet weten. Het is een verschijnsel dat ik ook in het Engels hoor. “The problem is, is that…” Misschien dat de dubbele ‘is’ zo vertrouwd is gaan klinken, dat taalgebruikers hem ook gaan gebruiken waar hij niet hoort.

Op de site van Yale Grammatical Diversity Project staat een beschrijving van dit fenomeen, dat volgens deze schrijvers het meest voorkomt na een naamwoordgroep zoals het probleem (the problem, the reason, the issue, the thing). Hier heet dit verschijnsel ‘reduplicative copula’ of ‘double copula construction’.

Ik dacht zelf dat het vooral in spreektaal voorkwam, maar ik heb ook op internet een paar voorbeelden gevonden als ik zoek op “het probleem is, is” of “het lastige is, is”:

“Alleen het probleem is, is dat je hersenen houden van een beloning op de korte termijn.”
“Het probleem is is dat er een grote afstand is tussen hype en realiteit.”
“Nieuw aan het probleem is, is dat de kinderen nog op de basisschool zitten en amper twaalf jaar oud zijn.”

“Maar het lastige is, is dat de ander het vaak moeilijk vindt die eerste stap naar jou te zetten.”
“Het lastige is, is dat deze problematiek bij pubers en adolescenten vaak voorkomt.”
“Het lastige is, is dat een deel van de klachten – niezen en hoesten – lijken op het beginstadium van het coronavirus.”

Door het toevoegen van het woordje ‘wat’ aan het begin van deze zinnen, wordt de zin wel correct. Ik denk dat daar de verwarring te zoeken is. Je denkt dat het klopt, maar dat is niet zo. Stop de dubbele IS!

Share on Facebook