Taal: Over woordvolgorde van naamwoorden bijvoeglijk

geplaatst in: Blogs, over taal | 0

Ik ben altijd geïnteresseerd in taal, omdat het mijn basismateriaal is. Dit blog gaat over de woordvolgorde van bijvoeglijk naamwoorden. Ik schreef onlangs in een levensverhaal over een man in een lange zwarte leren jas. Niet een leren zwarte lange jas of een zwarte leren lange jas. Ik heb geen moment nagedacht over die volgorde.
over de woordvolgorde van adjectieven op Facebook

Facebook

Daarna las ik dit bericht dat op Facebook gedeeld werd. Adjectieven of bijvoeglijk voornaamwoorden staan in het Engels in een bepaalde volgorde, namelijk: mening, grootte, leeftijd, vorm, kleur, herkomst, doel en vorm. Zo kun je dus spreken van ‘a lovely little old rectangular green French silver whittling knife, wat je zou kunnen vertalen als ‘een mooi klein oud rechthoekig groen Frans zilveren schilmesje’. Als je met die woordvolgorde rommelt, klink je as een idioot, volgens dit artikel.

Automatisch

We doen dit ook in het Nederlands blijkbaar automatisch goed zonder dat we deze regel ooit geleerd hebben. Een verschil met het Engels is wel dat we het doel van een onderwerp aan het onderwerp plakken. En de plaats van de bepalingen van herkomst en leeftijd, daar heb ik ook mijn twijfel over.

Marktplaats

Zou je dit ‘een mooi klein vintage rond roze Engels wollen babymutsje’ kunnen noemen? En dit ‘een leuk klein gebruikt vierkant bruin IKEA houten bijzetkastje’?
woordvolgorde op marktplaats

Vlaams

Dat woordvolgorde in ons systeem zit, blijkt ook als wij Vlamingen horen spreken. Bijvoorbeeld de door Ruud Harmsen besproken zin ‘Ik vind dat dit uitgelegd moet worden’ is heel normaal in het Nederlands. De variant ‘Ik vind dat dit moet worden uitgelegd’ noemt hij formeler, meer schrijftalig. Maar de variant ‘Ik vind dat dit moet uitgelegd worden’ klinkt Nederlanders vreemd in de oren, terwijl het in het Vlaams heel gewoon is.

Share on Facebook