Interviewen: Door vallen en opslaan

geplaatst in: Blogs, over interviewen | 0

Hanneke Kiel-de Raadt in interviewsituatiesInterviewen kun je leren in een opleiding, een studie of een workshop. Maar het beste werkt de praktijk. En nog beter werkt ervaren hoe het niet moet. Door vallen en opstaan.

50 portretten

Een paar jaar geleden nam ik me voor me toe te leggen op geschreven portretten. Ik stelde mezelf als concreet doel om binnen een jaar een portfolio op te bouwen van 50 portretten. Een jaar later had ik precies 60 interviews afgenomen en er geschreven portretten van gemaakt. Voor verschillende opdrachten, live, telefonisch of per skype.

Fouten

Ze zeggen dat je het beste leert van je eigen fouten en als moeder is dat één van mijn opvoedmotto’s. Ook bij het interviewen heb ik alle klassieke fouten een keer gemaakt om het vervolgens om te vormen naar een regel in mijn mentale interviewhandboek. Zo had ik bij één van mijn eerste interviews weliswaar mijn opnameapparaatje bij me, maar kwam ik er na het gesprek achter dat die nog in mijn tas zat. Ik ben thuis meteen begonnen met uitwerken. Dat pakte niet slecht uit, omdat deze man met een zwaar accent sprak en ik zijn verhaal toch grotendeels moest parafraseren. Dat ging beter met mijn aantekeningen dan met de geluidsopname.

Voorbereiding

Bij een ander gesprek dacht ik wel ongeveer te weten wat de ander zou gaan vertellen en had ik geen vragenlijstje gemaakt. Een fout die ik ook niet meer zal maken. Alleen al het gebrek aan een sterke openingsvraag maakte dat het gesprek hortend begon. Bovendien nam de geïnterviewde de leiding over waardoor het verhaal heen en weer zwalkte. Deze man had verder ook de gewoonte zichzelf in de rede te vallen en ik liet dat gebeuren. Bij het uitwerken thuis had ik daardoor allemaal halve citaten. “Wat ik echt belangrijk vind, is… O ja, dat doet me eraan denken dat…” Sindsdien val ik in de rede en vraag ik de geïnterviewde eerst de zin af te maken.

Mooi gesprek

Tijdens de workshop interviewgesprekken die ik als bijscholing volgde, leerden we dat voorbereiding alles is. Dat je je nooit goed genoeg kan voorbereiden. Ik heb de cursusleider maar niet verteld van het gesprek dat ik ooit had met een Surinaamse dame. Wat ik van haar wist, was dat ze ondanks haar gevorderde leeftijd al heel lang klaar-over was bij een school, dat alle kinderen haar bij haar voornaam kenden en dat ze verder nog heel veel vrijwilligerswerk deed. Al na een kwartier had ze me verteld dat ze nog maar een paar jaar klaar-over was, dat de kinderen haar ‘die mevrouw’ noemden en dat ze geen vrijwilligerswerk deed. Daar ging mijn voorbereiding. Het is toch nog een mooi gesprek geworden. Over haar jeugd in Suriname, haar religie en haar visie op de maatschappij waarin ze leeft.

Autist

Het moeilijkste gesprek dat ik had was met een autist. Ik wist dat hij verstandelijk gehandicapt was, want daarom werkt hij in het atelier dat zijn kunstwerken verkoopt, maar ik verwachtte dat hij iets meer over zijn werk zou kunnen vertellen. Dat werk kenmerkt zich namelijk door de uitgebreide en gedetailleerde verhalen die hij erbij schrijft. De begeleider van het atelier liet ons in de keuken achter en wenste me succes. Dat had ik nodig. Open vragen stellen is een van de gouden regels van het interviewen. Toen dat eenlettergrepige antwoorden opleverde, ging ik over tot ja/nee vragen en zelfs suggestieve vragen “Is het zo dat je van te voren bedenkt wat je gaat tekenen?” “Ja” “Of begin je eerst te tekenen en komen de ideeën dan?” “Ja” De weinige citaten die ik eruit kon persen, in combinatie met de informatie van de begeleider na afloop van het gesprek, leverden toch een heel mooi portret op.

Share on Facebook